Burgemeester Utrecht onthult geveltekst Jan Engelman

11 juni 2018

In de tijd van de hevige discussies in Utrecht over prostitutie, koffieshops, openbare orde en overlast werd het weer tijd om schoonheid en hoop toe te laten tot de historische Breedstraatbuurt.

Wie kent hem niet? De Breedstraat is bij velen bekend door de zaterdagse ‘lapjesmarkt’, maar tot voor kort ook door de raamprostitutie en drugshandel. Vroeger was deze straat echter een bloeiend stuk van Utrecht met Dansschool Cor Zegers, Drukkerij van Broekhoven en de Katholieke Bond van Overheidspersoneel. 
De geschiedenis van deze straat is ook erg interessant, in de Middeleeuwen bevond zich hier namelijk het klooster van de Dominicanen en sinds die tijd hebben hier allerlei belangrijke mensen gewoond. Zo ook de heer Jacob Ridder, die in de 16de eeuw de titel ‘Bisschop van Bron’ voerde, Utrechtse revolutionairen, die de Franse evolutie heel erg steunden en tandarts van Son die in 1858 werd benoemd tot tandmeester van het Zieken- en Begrafenisfonds ‘Let op uw Einde’.

De Breedstraat is met zijn rijke geschiedenis een belangrijk stuk van Utrecht en verdient daarom wat extra aandacht. Om die reden hebben er een aantal bewoners voorgesteld om poëzie de ruimte te geven. Voor de bewoners een mooi stuk om op uit te kijken en voor passanten een verwijzing naar de rijke geschiedenis van de plaats die ze doorkruisen.

De keuze voor een tekst is uiteindelijk een strofe van een gedicht van buurtbewoner Jan Engelman (1900-1972) geworden. Een dichter, journalist en activist geboren en getogen in Utrecht. Zijn beroemdste gedicht ‘Vera Janacopoulos’ (‘Ambrosia, wat vloeit mij aan?’) schreef hij na een concert van een Griekse zangeres in het toenmalige Tivoli aan het Lepelenburg.
Jan Engelman woonde met Martinus Nijhoff en Pyke Koch, ook bekende Utrechtse kunstenaars, in het kunstenaarshuis aan de Oudegracht 341, maar verruilde dit later voor de Breedstraatbuurt, waar hij lange tijd heeft gewoond. Hij was aanvoerder van het verzet tegen het dempen van de Utrechtse singels, eind jaren ’50 van de vorige eeuw en keerde zich tegen de grote doorbraken die gepland werden ten behoeve van het autoverkeer. Zo was hij een van de eerste die vond dat de auto zich aan de stad moest aanpassen, en niet andersom. Het is dus door Jan Engelman dat de Breedstraat überhaupt nog bestaat.

In 1940, een tijd van oorlogsgeweld, angst en dreiging, schreef Jan Engelman twee Kerstliederen. De laatste strofe heeft tot 2008 op de muur van het stiltecentrum in Vredenburg gestaan:

stil zijn in het wild gewemel
van een wereld zó ontzind,
stil, en dromen van een hemel
waar het zwakste overwint

Jan Engelman droomde van een wereld waar ook de zwakste kan overwinnen, waarbij stilte een wapen is tegen geweld en een kans om zelf na te denken. Daarom zal deze strofe nu worden geplaatst midden in de dagelijkse bewegingen van de Breedstraat, de wekelijkse drukte van de markt en de mondiale verharding.

De dichtregel werd zeer mooi aangebracht, door Richard Wendling, op de zijgevel van het pand hoek Breedstraat/Korte Lauwerstraat. De onthulling van de regel zal plaatsvinden op zaterdag 16 juni om 12:30.

Kom dus zeker even langs om dit stukje verstilling en poëzie te komen bekijken.